5 oktober 2018, Ontstaan, ontginning en bemaling van West-Friesland.

Presentatie door Arie Bijman, woonachtig in Kaapstad met in de zomermaanden verblijf in Bergen.



In chronologische volgorde wordt behandeld:
De vorming van de bodem en de bewoning in de tijd voor Chr. behandeld.
Glaciale bekkens in Noord-Holland (In de bodem van Noord-Holland, 
M. Rappol en C.M. Soonius, 1994)
Vooral de laatste twee ijstijden en de periode na de laatste ijstijd zijn belangrijk voor de vorming van de West-Friese bodem.
De bodem van de hogere gebieden in Nederland is vooral een restant van de voorlaatste ijstijd. Deze bodem is dus al zo’n 130.000 jaar geleden gevormd.
De laatste ijstijd eindigde 11.700 jaar geleden vrij plotseling. De noordelijke ijskappen smolten waardoor de droge Noordzee volliep. Ook West-Nederland liep in een later stadium onder.
De bovenste laag van de bodem van West-Friesland is, geologisch gezien, piep jong. De bodem van West-Friesland is pas na 8.000 jaar geleden ontstaan.
De eerste bewoning in West-Friesland vond plaats rond Aartswoud. Vervolgens was er ook bewoning op de strandwal Zandwerven gedurende de periode van 2700 tot 1900 v. Chr.


De strandwal Zandwerven wordt in het midden van West-Friesland gevormd.
Schematisch profiel van de strandwal Zandwerven
De ontginning van West-Friesland.

Het gebied ligt boven zeeniveau, zodat er tijdens de ontginning nog geen afwateringsproblemen zijn. Later kon door daling de afwatering alleen bij eb gebeuren.
In de archieven is geen geschreven informatie over ontginning te vinden.
Locaties van uithoven en andere plaatsen waar de abdij VanEgmond en Friese kloosters rechten bezaten. Bron Schrickx 2015. Bannen met kerken van moederkerken in Schoorl en Heiloo.

Door alle beschikbare informatie te combineren is het toch mogelijk redelijke aannames te maken over de ontginning en de volgorde waarin de ontginning tot stand is gekomen.
Het belangrijkst hierbij zijn de kaarten van een topografische atlas van voor de ruilverkaveling. Bijna alle sloten die op de kaarten staan, stammen nog uit de tijd van de ontginning.

De grafiek laat gedurende de laatste 1000 jaar 
een combinatie zien van de daling van de bodem, 
de stijging van de zeespiegel en de manier 
waarop het overtollige water wordt afgevoerd.
De bemaling.
Bemaling brengt de noodzakelijke oplossing van de waterproblemen. Aanvankelijk worden er molens met een scheprad gebouwd, later komen er molens met een vijzel die een grotere opvoerhoogte hebben. Na 1800 komen er stoomgemalen, die vervolgens worden vervangen door diesel en elektrische gemalen.
Iedere polder kan nu zijn eigen gewenste waterpeil bepalen. Sommige bannen bemalen zelfstandig hun eigen gebied. In andere gebieden vormen een aantal bannen een gezamenlijk polder. 

Geen opmerkingen: