4 oktober 2024, Salomom Kroonenberg met de "Geologie van Suriname".

 

Hoe is Suriname ontstaan? Wat is de oorsprong van haar gesteenten, Haar landschappen, haar delfstoffen, haar landbouwgronden, haar kust? Een geschiedenis die al twee miljard jaar geleden begon tijdens de Trans- Amazonische Gebergtevorming.

 


Geologische schetskaart van Suriname)

 

De geologische geschiedenis van Suriname herstartte 230 miljoen jaar geleden in het Trias - na een lange rustpauze van 860 miljoen jaar - met de scheuring van het supercontinent Pangea. Sporen van deze scheuring zijn ook in het Oost-Surinaamse bergland te vinden in de vorm van Apatoedoleriet uit het Juratijdperk die zich een weg baande in de actieve rekbreuken. Tot aan die tijd lag Florida pal ten noorden van Suriname in het stuk oceaan dat nu het Guyana-Suriname oceanisch bekken vormt. Ter hoogte van het Demeraraplateau en het Guineaplateau bevond zich een hotspot, Pangea brak open en Florida bewoog naar het noorden en westen, in het kielzog ontstonden de Bahama's.

Het vasteland van Suriname bestaat grotendeels uit Precambrische gesteenten. Deze gesteenten worden ook aangeduid als basement. Dit basement bestaat uit granitoïde en zure vulkanische gesteenten. In het Marowijnegebied ligt een laag metamorfe groensteengordel, jongere granulieten van de Falawatragroep vormen het Bakhuisgebergte en het Coroniegebied.

In een gesteentemonster uit het Bakhuisgebergte werd in 1974 een nieuw mineraal gevonden, dat surinamiet werd genoemd.

 


Surinamietkristallen, circa 0, 1 mm lang. Naar gelang de lichtinval zijn ze paars of blauwgroen (pleochroisme). Foto: E. Wf de Roever

 

 

Ook kleine, verspreid voorkomende, lichamen van gabbro en ultramafitiet komen er voor. Deze zijn ongeveer even oud als de granieten en vulkanieten. Gebleken is dat de opbouw van het basement goeddeels ontstond tijdens de Trans-Amazonische Orogene Cyclus, ongeveer 2260-1900 miljoen jaar geleden. Deze cyclus is van overheersende invloed geweest op de geologie van Suriname die gekenmerkt wordt door sedimentatie, metamorfose, plooiing en magmatisme.


Goudwinning

Berucht zijn de verwoestingen die het goud winnen met cyanide in Suriname aanricht. Het is moeilijk nog een ongerepte waterloop in de Marowijne Groensteengordel (het oudste deel van het Precambrisch Guyanaschild) te vinden.

Rosabel goudmijn in de Marowijne

 

Goud uitgewassen door de rivier is gemakkelijk winbaar voor goudzoekers uit verleden én heden!

De indrukwekkende zandsteenformatie van de 1,87 miljard jaar oude Tafelberg besluit de bewogen geschiedenis van het Guyanaschild, die 2,26 miljard jaar geleden begon. Op de granietmassieven en de diep doorgeplooide, gebroken en deels omgezette gesteenten ligt al sedert enorme tijden een zandsteendek van wel 700 m dik, gespaard gebleven in het Tafelberg-areaal. Het fossiel loze afzettingsgesteente is wel stevig verkit, maar ligt er zo ongestoord bij dat vroeger gedacht werd, dat het uit de Krijttijd dateerde. Meer westelijk, in het grensgebied van Venezuela, Guyana en Brazilië, vormt die zandsteen ongenaakbare plateaus waarop Conan Doyle hele dino reservaten liet voortleven!

De landschapsvormen van het binnenland zijn spectaculair met de granietkoppen van de Voltzberg en vele andere; pendanten van het fameuze Suikerbrood bij Rio de Janeiro en op dezelfde wijze in natte tropen uitverweerd. Tijdens de IJstijden hebben overigens ook drogere klimaten in Suriname geheerst. De noordrand van Zuid-Amerika wordt gekenmerkt door de ontwikkeling van het Guyana-bekken, sedert de Juratijd. De as van dit kustbekken ligt ongeveer langs de Corantijn Rivier, die Guyana en Suriname scheidt. Vroeger meende men dat het grond gebergte al direct onder de kustvlakte zou liggen, maar dankzij boringen weten we nu dat een dikke wig afzettingen over de Precambrische ondergrond zeewaarts present is, en van aanmerkelijk economisch belang. Bauxiet is een bodemschat aan de landkant; grondwater en aardolie zijn mede op het continentaal plat benoorden Suriname aanwezig. De kusten van Suriname bestaan uit jonge zee-afzettingen, kleiig materiaal dat in grote hoeveelheden door de Amazone aangevoerd is. Ritsen zijn de hogere schoorwallen, evenwijdig aan de kust en zanderig; daartussen liggen de zwampen, kleiige moerassen met zelfs nog een vrij groot areaal veen. 

Ritsen en zwampen in de kustvlakte in Noordoost Suriname

 

Bij het invangen en het vastleggen van de Amazonemodder spelen de mangrovewouden een bepalende rol. De precolumbiaanse Surinamers wierpen zelfs terpen op in de jonge kustvlakte – de laatste werden zo'n 750 jaar geleden nog bewoond.

 

6 september 2024, Voor en door de leden

 

Als gebruikelijk starten we het seizoen met vakantieverhalen door enkele leden.                         

Ook gaan we deze avond een verkoop houden van fossielen en mineralen, daarnaast gaan zeer veel boeken in de verkoop met grote verscheidenheid aan titels. Deze verkoop is vooral te danken aan giften uit nalatenschappen, ook hierin een nieuwe gift.

We rekenen op een hoge opkomst want er zal voor een ieder wel iets zijn wat belangstelling heeft.

3 mei, Michael Forrester: Geologie van Seaton Sluice tot Tynemouth

 

Carboon en Perm aan de Noordoost kust van Engeland

Michael is geoloog en met zijn vrouw lid van onze afdeling. Hij gaat vertellen over een klein stukje van de Engelse Oostkust met het achterland, waar hij als student zeer bijzondere fenomenen heeft gezien.

Figuur 8.1)  Algemene geologische kaart en stratigrafische secties van het kustgebied tussen Tynemouth en Seaton Sluice met de in de tekst genoemde plaatsen

Het gebied tussen Tynemouth en Seaton Sluice ( Foto Figuur 8.1 ) ligt aan de zuidkant van de kustvlakte van Northumberland. Het is een gebied met lage, relatief vlakke grond bedekt met een laagje gletsjerglazuur , gemodificeerd door laatglaciale en postglaciale solifluctie . Als gevolg hiervan worden de onderliggende massieve rotsen uit het Boven-Carboon- en Perm-tijdperk alleen blootgelegd in steengroeven, rotswanden, rotsachtige landtongen en op door golven uitgesneden platforms.

Dit stuk kust biedt een van de best belichte sequenties van Westfaalse B-steenkoolmaatregelen overal in Groot-Brittannië. De opeenvolging bestaat uit ongeveer 115 m schalie, moddersteen, siltsteen en zandsteen, gerangschikt in verticaal gestapelde verruwing-opwaartse reeksen afgedekt door een zitaarde en steenkoollaag, afgewisseld met een aantal prominente geul- en verspreide zandlichamen in de monding, elk genoemd naar hun ontsluitingslokatie. 

Figuur 8.2 Westfaalse B-kolenmetingen stratigrafie tussen Tynemouth en Seaton Sluice. De pijlen geven de stroomrichting aan van de stromingen die verantwoordelijk zijn voor de afzetting van elk groot  zandlichaam.

Typische opeenvolgingen van steenkoolhoudende facies bestaan ​​uit (van onder naar boven): (1) zwarte schalie die vis- en plantenresten bevat plus zoetwater-tweekleppige dieren ; (2) ritmisch gestreepte donkergrijze mudstone en siltstone, die naar boven overgaan in fijnkorrelige zandsteen, met daarin holen, gegolfde kruislaminering en enkele kleinschalige trog-kruisbedding; (3) ijzersteenhoudende zitaarde met kleine worteltjes en verspreide stigmaria; en (4) steenkool. Sporenfossielen en plantenfragmenten komen vaak voor, maar lichaamsfossielen blijven over het algemeen beperkt tot de zoetwatermosselbanden boven steenkoollagen.


In de schalies en modderstenen komen ijzersteenbanden en knobbeltjes voor, waarvan sommige een kegel-in-kegel- structuur.


Schalies met een kegelvormige kegelstructuur. Ze zijn samengesteld uit concentrische kegels die in elkaar zijn genest.





IJzerstenen ontsluitingen op het strand, herkenbaar aan hun rode of oranje kleur te midden van de zandstenen.

 

 



12 april, Gijs van Dijk: De Messiniaanse Zoutwatercrisis

 Let op: deze avond is op 12 april.

Zes miljoen jaar geleden sluit de Middellandse Zee zich af van de Atlantische Oceaan. Verdamping neemt de overhand en de Middellandse Zee verandert in een serie van kleine afgesloten zoute meertjes. Deze Messiniaanse zoutcrisis is al tientallen jaren onderwerp van onderzoek vanuit een breed scala aan aardwetenschappelijke disciplines. Een van de onzekerheden die onderzoekers blijvend bezighoudt is de kwantificering van zeespiegelschommelingen, met name in de laatste fase van de crisis, ook wel de Lago-Mare genoemd. Hoe verliep de overgang naar een grotendeels open verbonden Middellandse Zee ten tijde van het Plioceen?

De evolutie van mariene toegangspoorten en zeestraten oefent een grote controle uit op bodemstroming afzettingssystemen. Een bekend interval in de geologische geschiedenis dat wordt gekenmerkt door frequente veranderingen in de mariene connectiviteit is de Messinian Salinity Crisis (5,97 tot 5,33 miljoen jaar geleden), toen de Middellandse Zee een grote daling van de zeespiegel (> 1 km) zou ervaren, gevolgd door een catastrofale aanvulling van de zee aan de basis. van de Zanclean. Er bestaat controverse rond de timing en de wijze van deze gebeurtenis, aangezien er tot nu toe nooit ondubbelzinnige overstromingsafzettingen zijn geboord of herkend in ontsluitingen. In het Siciliaanse Caltanissetta-bekken (Italië) ligt de grens tussen Messinië en Zanclean direct onder de Arenazzolo-formatie.

figuur 1


(A) Drievoudig stratigrafisch schema voor de MSC, met een onderverdeling in drie hoofdfasen (Roveri et al). PLG, primair ondergips; RLG, geresedimenteerd ondergips; UG, Bovengips. (B) Scenario van een geïsoleerde, met meren bezaaide Middellandse Zee tijdens fase 3. (C) Alternatief scenario van een bijna volledige en (tenminste gedeeltelijk) verbonden Middellandse Zee. (B) en (C) zijn gewijzigd naar Attenborough  (1987).

Dit 5 tot 7 meter dikke zandige sedimentaire interval kan een genetische link onthullen met het abrupt opnieuw vullen van de Middellandse Zee, maar op dit moment ontbreekt een gedetailleerd onderzoek om de oorsprong ervan te begrijpen. In dit werk is de Arenazzolo-formatie bij Eraclea Minoa bestudeerd met behulp van een aanpak met meerdere methoden, waarbij gebruik wordt gemaakt van gedetailleerde faciesbeschrijving, korrelgrootteanalyses,  petrografische analyses en paleostroomanalyses. Paleogeografische reconstructies en faciesassociaties laten zien dat het zand van de Arenazzolo-formatie tijdens een overtreding op de noordelijke flank van het Gela-stuwfront werd afgezet door aanhoudende bodemstromingen, parallel aan de regionale hellingsfysiografie. 

Fig. 2


(A) Vereenvoudigde geologische kaart van Sicilië. (B) Schematische geologische dwarsdoorsnede door Centraal-Sicilië, afgeplat op de grens tussen Mioceen en Plioceen. Drie Messiniaanse eenheden (PLG, primair ondergips; RLG, geresedimenteerd ondergips; UG, bovengips) komen overeen met de drie fasen afgebeeld in figuur 1A . (C) Stratigrafisch logboek van de bovenste RUG in Eraclea Minoa, met vermelding van de intervallen die in detail zijn bestudeerd (secties ERA/ERB/ERC/ER6/CR). Alle panelen zijn aangepast naar Manzi et al . (2009). 

Er wordt verondersteld dat deze stromingen verband houden met de actieve circulatie van oppervlakte- en tussenliggende watermassa's, gelijktijdig met een terminale vloed in Messinië, toen de randen van het bekken overstegen en er een herverbinding tussen het westelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied ontstond. De Arenazzolo-formatie is een uniek voorbeeld van een contourafzetting gevormd door bodemstromingen die ontstaan ​​tijdens het opnieuw verbinden van grote geïsoleerde waterlichamen.

In deze lezing bespreekt Gijs de sedimentologie van de prachtige afzettingen aan de zuidkust van Sicilië en plaats ik hun vormingsproces in de context van de meest recente inzichten over de Messiniaanse zoutcrisis.

1 maart, LET OP!!!! Gewijzigd programma. Paul van Olm met de lezing Sardinië

In de lezing over Sardinië gaat Paul in op de vele schitterende kanten van dit fascinerende (ei)land. Niet alleen de geologie komt aanbod, maar ook de prehistorie en de jongere geschiedenis. Geologisch heeft Sardinië heel veel te bieden.

Geologisch overzicht kaart Sardinië

Het eiland heeft een Hercynisch basement met in het Noorden grote graniet intrusies, maar ook metamorfose en zelfs ofiolieten kunnen we er aantreffen. Paleozoïsche sedimenten komen in de twee lobben in het Zuiden voor, dit is het gebied van niet alleen de oude fossielen als stromatolieten en trilobieten en o.a. graptolieten, maar ook is hier de -indertijd- grootste Europese mijnbouw ontwikkeld.
Er zijn 7 grote mineralogische vormingsfasen geweest met hydrothermale aanrijking.
Dat leidde tot de grootste zilvermijnen van Europa, al in de Romeinse tijd, maar ook andere metalen koper, zink, tin, lood werden er gedolven, tot na WOII de gehele mijnbouw instortte. 


Grot van Corbeddu-Sondaar








Het Mesozoïcum wordt vertegenwoordigd door het karstgebergte in het Midden Oosten van het eiland.
Hier deed de Universiteit Utrecht 10 tallen jaren paleontologisch onderzoek aan de (laat Pleistocene) eilandfauna die in één van de beroemdste karstgrotten van het eiland gevonden is. 

De plaattektoniek speelt in de ontwikkeling een grote rol, niet alleen bij de Hercynische gebergtevorming, maar ook bij de ongelofelijke snelheid waarmee het blok Sardinië/Corsica zich in het Tertiair bewogen heeft om in een paar miljoen jaar een “reis” van honderden kilometers te maken grenst aan het ongelofelijke.


Een gevolg van die snelle beweging was dat de aardkorst tot op grote diepte opengescheurd werd waardoor gigantische hoeveelheden lava over het eiland in de vorm van basaltplateaus en pyroklastische afzettingen werden afgezet. Ook werd toen de grote centrale vlakte, de Campidano, gevormd. Nu het agrarische hart van dit verder niet erg vruchtbare eiland.

Het Thyrrenien (eigenlijk een midden-ijstijd vergelijkbaar met het Noord-Europese Eemien) vinden we op vele plaatsen langs de kust in de vorm van een hoge (10 m) terrasafzetting boven het strand gevuld met de gewone toerist.

Naast bovenstaande wil ik ook nog ingaan op de geschiedenis van de mijnbouw, de boeiende prehistorie van de trotse Nuraghi (de oorspronkelijke) bewoners die jarenlang de Romeinen buiten de deur wisten te houden. Waar heb ik dat meer gehoord? Asterix ?


2 februari 2024, Algemene Ledenvergadering

 De ALV is uitsluitend toegankelijk voor de leden van de afdeling West-Friesland

5 januari 2024, Paul Hille: Otodus megalodon: Jaws in het kwadraat

 

Deze lezing (powerpoint)gaat over de evolutie van haaien en zoemt in op de (evolutie van) de beruchte haai Otodus megalodon. Deze haai die er waarschijnlijk uitzag als een grote versie van de witte haai (mensenhaai) kon zo groot worden als een lijnbus.


De tanden konden zo groot worden als een mensenhand en zijn de droom voor iedere haaientandenverzamelaar. Er zijn verschillende visies op het ontstaan van deze haaiensoort en tevens over de relatie met de recente witte haai. Dit wordt in deze lezing behandeld evenals enkele hoogtepunten in de evolutie van de haaien. Ook worden bijvoorbeeld verschillen tussen haaien en beenvissen aangegeven en de manieren waarop men tot de wetenschappelijke indeling van haaien komt. Uiteindelijk komen ook theorieën aan bod die een verklaring (pogen te) geven voor het uitsterven van Otodus megalodon.

Omvang 

De vin die op de rug van een zestien meter lange megalodon prijkte, was naar schatting 1.62 meter hoog. Het hoofd van de haai mat 4.65 meter. En de staartvin zou in totaal maar liefst 3.85 meter hoog zijn geweest. Dat is te lezen in het blad Scientific Reports. Een nauwkeurige inschatting maken van de totale omvang van een megalodon – officieel aangeduid als Otodus megalodon – is nog niet zo gemakkelijk. De fossiele resten die de megahaai – die tussen 23 en 3 miljoen jaar geleden leefde – voornamelijk heeft achtergelaten, zijn namelijk driehoekige tanden (die overigens net wat groter zijn dan een mensenhand). En op basis van een tand kun je niet zomaar zeggen hoe groot de haai geweest moet zijn. Meer details op: Scientific Reports.

Wie was de vijand van de megalodon?

Mogelijk dat het uitsterven van de megalodon samenviel met de opkomst van een soort die veel kleiner was, maar zeker niet minder geducht: de witte haai, die zo’n vier miljoen jaar geleden zijn opwachting maakte. Ook uit een onderzoek uit 2022 van het Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology in Duitsland blijkt dat de witte haai en de megalodon jaagden op dezelfde prooidieren, en dat dat de megalodon mogelijk de das omdeed. Het is moeilijk in te schatten wat er precies is voorgevallen onder het wateroppervlak en dus is er meer onderzoek nodig om met sluitend bewijs te komen.

Er zal door Paul Hille literatuur meegenomen worden evenals een aantal fossielen ter illustratie.